11 : 69
وَلَقَدۡ جَآءَتۡ رُسُلُنَآ إِبۡرَٰهِيمَ بِٱلۡبُشۡرَىٰ قَالُواْ سَلَٰمٗاۖ قَالَ سَلَٰمٞۖ فَمَا لَبِثَ أَن جَآءَ بِعِجۡلٍ حَنِيذٖ
En waarlijk, Onze Boodschappers (de engelen die kwamen met een straf) kwamen naar Ibraahiem met goed nieuws. Zij zeiden: “Gegroet en vrede!” Hij antwoordde: “Gegroet en vrede” en hij haastte zich om hen te voorzien van een geroosterd kalf.