Skip to content
هُود /

Vers 45

11 : 45
هُود Verzen 123
Soera · هُود
Nederlands · Center
11 : 45

وَنَادَىٰ نُوحٞ رَّبَّهُۥ فَقَالَ رَبِّ إِنَّ ٱبۡنِي مِنۡ أَهۡلِي وَإِنَّ وَعۡدَكَ ٱلۡحَقُّ وَأَنتَ أَحۡكَمُ ٱلۡحَٰكِمِينَ

En Noeh riep zijn Heer aan en zei: “O mijn Heer! Waarlijk, mijn zoon behoort tot mijn gezin; Uw belofte is waar en U bent de meest rechtvaardige onder de rechters.”