Skip to content
الصَّف /

Vers 5

61 : 5

Vers 5 of الصَّف (61 : 5). This page carries the verse in the Uthmani script with a translation of its meaning, at a stable URL that can be cited on its own.

الصَّف Verzen 14
Soera · الصَّف
Nederlands · Center
61 : 5

وَإِذۡ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوۡمِهِۦ يَٰقَوۡمِ لِمَ تُؤۡذُونَنِي وَقَد تَّعۡلَمُونَ أَنِّي رَسُولُ ٱللَّهِ إِلَيۡكُمۡۖ فَلَمَّا زَاغُوٓاْ أَزَاغَ ٱللَّهُ قُلُوبَهُمۡۚ وَٱللَّهُ لَا يَهۡدِي ٱلۡقَوۡمَ ٱلۡفَٰسِقِينَ

En (gedenk) toen Moesa tegen zijn volk zei: “O mijn volk! Waarom kwetsen jullie mij terwijl jullie zeker weten dat ik de boodschapper van Allah voor jullie ben?” Dus toen zij zich afkeerden (van de waarheid d.m.v. hun beledigingen), maakte Allah hun harten afkerig (van de leiding en het rechte pad). En Allah leidt niet het volk dat verdorven is.