Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

3 van 840 kaarten

Filters wissen

Overgeleverd in

Overleveraar

Alle overleveraars tonen (166)
أبو ذر6 النعمان بن بشير6 عمر بن الخطاب6 أبو موسى الأشعري5 حذيفة5 عقبة بن عامر5 علي5 ‌أبي هريرة4 جرير بن عبد الله4 عبادة بن الصامت4 عبد الله بن عمرو بن العاص4 أبو قتادة3 البراء3 أم عطية3 سعد بن أبي وقاص3 صهيب3 ‌ابن عباس2 أبو الدرداء2 أبو أيوب الأنصاري2 أبو بكرة2 أبو مسعود2 أبو هريرة قال2 أسامة بن زيد2 البراء بن عازب2 أم سلمة أم المؤمنين2 ثوبان2 حكيم بن حزام2 سعد2 سهل بن سعد2 عمر2 معاوية2 ‌ابن أبي أوفى1 أبو الهياج الأسدي قال1 أبو أمامة الباهلي1 أبو أمامة إياس بن ثعلبة الحارثي1 أبو أيوب1 أبو بردة الأنصاري1 أبو بردة بن أبي موسى1 أبو بشير الأنصاري1 أبو بكر الصديق1 أبو بن كعب1 أبو حازم بن دينار1 أبو حازم قال1 أبو حمزة أنس بن مالك1 أبو حميد الساعدي1 أبو رقية تميم بن أوس الداري1 أبو زهير عمارة بن رؤيبة1 أبو سعيد1 أبو سعيد الخدري قال1 أبو سعيد الخدري وأبي هريرة1 أبو سعيد الخدري وعن أبي هريرة1 أبو طلحة1 أبو عبد الرحمن عبد الله بن عمر بن الخطاب1 أبو عبد الرحمن عبد الله بن مسعود1 أبو عبد الله النعمان بن بشير1 أبو عبد الله جابر بن عبد الله الأنصاري1 أبو عمرو- وقيل1 أبو مالك الأشعري1 أبو مالك الحارث بن عاصم الأشعري1 أبو مرثد الغنوي1 أبو مسعود الأنصاري1 أبو هريرة رضي لله عنه قال1 أبو هريرة عبد الرحمن بن صخر1 أبو يعلى شداد بن أوس1 ‌أبي الزبير قال1 ‌أبي بن كعب1 ‌أبي حميد أو عن ‌أبي أسيد قال1 ‌أبي قتادة السلمي1 أبيه أبي موسى الأشعري1 أبيه قال1 أسماء بنت أبي بكر1 الأغر1 الحسن قال1 العباس بن عبد المطلب1 المغيرة1 المغيرة بن شعبة1 المقداد بن الأسود1 المقداد بن عمرو الكندي1 النبي صلى الله عليه وسلم قال1 النواس بن سمعان1 النواس بن سمعان الأنصاري1 أم الدرداء و أبي الدرداء1 أم المؤمنين أم عبد الله عائشة1 أم قيس بنت محصن1 أمير المؤمنين أبي حفص عمر بن الخطاب1 ‌أنس بن مالك1 تميم الداري1 جابر بن سمرة1 جبير بن مطعم1 جرير1 جندب1 جندب بن عبد الله القسري1 جويرية أم المؤمنين1 حارثة بن وهب الخزاعي1 ‌حطان بن عبد الله الرقاشي قال1 خولة بنت حكيم السلمية قالت1 رافع بن خديج1 رسول الله صلى الله عليه وسلم أنه قال1 زيد بن أرقم1 زيد بن ثابت1 زيد بن خالد1 زيد بن خالد الجهني1 زينب بنت جحش1 سفيان بن عبد الله الثقفي1 سفينة1 سلمان1 سلمة بن الأكوع1 سليمان بن صرد1 سمرة بن جندب1 سمرة بن جندب والمغيرة بن شعبة1 ‌سهل1 سهل بن حنيف1 سهل بن سعد الساعدي1 شداد بن أوس1 شريح بن هانئ قال1 صفوان بن محرز قال1 طارق بن أشيم الأشجعي1 طاوس أنه قال1 طلحة بن عبيد الله1 ‌عائشة1 عائشة وعبد الله بن عباس1 عبادة1 عبد الرحمن بن أبي ليلى قال1 عبد الرحمن بن سمرة1 عبد الله بن عمر وأبي هريرة1 ‌عبد الله بن عمرو بن العاص1 عبد الله بن مالك ابن بحينة1 عبد الله بن مسعود قال1 عبد الله بن مغفل1 عبد الله بن يزيد الخطمي قال1 عثمان1 عثمان بن أبي العاص1 عثمان بن أبي العاص الثقفي1 عثمان بن عفان1 عدي بن حاتم1 عرفجة1 عقبة بن عامر الجهني1 عمار بن ياسر1 عمر بن أبي سلمة1 عمران بن حصين1 عمرو بن سليم الأنصاري قال1 عياض بن حمار أخي بني مجاشع1 ‌قتادة رحمه الله قال1 كعب بن عجرة1 مالك بن أوس بن الحدثان أنه قال1 ‌محمود بن لبيد1 معاذ بن جبل1 معاذة قالت1 معدان بن أبي طلحة اليعمري قال1 معقل بن يسار1 معقل بن يسار المزني1 ميمونة أم المؤمنين1 هشام بن حكيم بن حزام1 وائل الحضرمي قال1 ‌وراد كاتب المغيرة بن شعبة قال1 يحيى بن عمارة المازني قال1
"Er was eens, vóór jullie tijd, een koning die beschikte over een tovenaar. Toen die tovenaar ouder werd, zei hij tegen de koning: 'Ik ben oud geworden, zend mij een jonge knaap zodat ik hem de kunst van de magie kan onderwijzen.' De koning zond hem daarop een jongen. Op weg naar de tovenaar passeerde de jongen dagelijks een monnik, bij wie hij neerzat en zijn woorden beluisterde, wat hem diep raakte. Zo werd het zijn gewoonte om, telkens wanneer hij naar de tovenaar ging, langs de monnik te passeren en bij hem te vertoeven. Maar telkens hij bij de tovenaar aankwam, sloeg deze hem. De jongen klaagde zijn lot bij de monnik, die hem zei: 'Wanneer je bang bent voor de tovenaar, zeg dan: Mijn familie hield me tegen. En wanneer je vreest voor je familie, zeg dan: De tovenaar hield me tegen.' Op een dag trof hij een enorm dier aan dat de mensen de doorgang versperde. Hij zei: 'Vandaag zal ik weten of de tovenaar waardevoller is of de monnik.' Hij nam een steen en sprak: 'O Allah, als de zaak van de monnik geliefder is bij U dan die van de tovenaar, dood dan dit dier, zodat de mensen hun weg kunnen vervolgen.' Hij wierp de steen en doodde het dier, waarna de mensen hun weg vervolgden. De jongen ging naar de monnik en vertelde hem wat er gebeurd was. De monnik zei: 'Mijn zoon, vandaag ben jij beter dan ik. Jouw zaak is tot een niveau gestegen dat ik zie dat Allah jou beproevingen zal opleggen. Wanneer je wordt beproefd, verraad mij dan niet.' De jongen genas de blinden, de melaatsen en hielp de mensen bij allerlei kwalen. Een hoveling van de koning, die blind was geworden, hoorde over hem en bracht hem kostbare geschenken. Hij zei: 'Al dit moois is voor jou als je mij geneest.' De jongen antwoordde: 'Ik genees niemand; slechts Allah geneest. Als je in Allah gelooft, zal ik voor je bidden en zal Hij je genezen.' De man geloofde, en Allah genas hem. Hij keerde terug naar de koning en zat naast hem, zoals hij vroeger deed. De koning vroeg: 'Wie gaf jou je zicht terug?' De man antwoordde: 'Mijn Heer.' De koning zei: 'Heb jij een andere Heer dan ik?' De man antwoordde: 'Mijn Heer en jouw Heer is Allah.' De koning greep hem en martelde hem tot hij de jongen aanwees. De jongen werd gebracht. De koning vroeg hem: 'Mijn zoon, zover is jouw magie gekomen dat je blinden en melaatsen geneest, en nog meer?' De jongen zei: 'Ik genees niemand; slechts Allah geneest.' De koning martelde hem tot hij de monnik aanwees. De monnik werd gebracht. Men zei: 'Keer terug van je religie.' Hij weigerde. Men haalde een zaag en plaatste die op zijn hoofd, en spleet hem doormidden. Vervolgens werd de koninklijke hoveling gebracht. Ook hij werd bevolen terug te keren van zijn geloof. Hij weigerde. Men spleet hem eveneens met de zaag tot hij in tweeën viel. De jongen werd gebracht. Ook hem werd bevolen zijn geloof te verloochenen, maar hij weigerde. De koning gaf hem over aan een groep van zijn volgelingen en zei: 'Breng hem naar de top van die-en-die berg. Als hij terugkeert van zijn religie, laat hem dan leven, zo niet, werp hem van de berg.' Zij namen hem mee naar boven. Daarop bad de jongen: 'O Allah, bescherm mij tegen hen op de wijze die U wenst.' De berg beefde, zij stortten neer, en de jongen keerde te voet terug naar de koning. De koning vroeg: 'Wat is er met je metgezellen gebeurd?' De jongen zei: 'Allah heeft hen van mij verwijderd.' De koning gaf hem over aan anderen en beval: 'Neem hem mee op zee, tot midden op het water. Als hij terugkeert van zijn geloof, laat hem dan leven, zo niet, gooi hem overboord.' Op zee bad de jongen: 'O Allah, bescherm mij tegen hen op de wijze die U wenst.' Het schip kapseisde, zij verdronken, en de jongen keerde te voet terug naar de koning. De koning vroeg: 'Wat is er met je metgezellen gebeurd?' De jongen zei: 'Allah heeft hen van mij verwijderd.' Vervolgens zei hij tegen de koning: 'U zult mij niet kunnen doden tenzij u doet wat ik u zeg.' De koning vroeg: 'Wat is dat dan?' De jongen antwoordde: 'Verzamel het volk op een open plein. Knoop mij vast aan een paal. Neem een pijl uit mijn koker. Plaats die in het midden van de boog. Zeg vervolgens: In de naam van Allah, de Heer van de jongen. En schiet op mij. Slechts dan zult u mij kunnen doden.' De koning verzamelde het volk, bond de jongen aan de paal, nam een pijl uit zijn koker, plaatste die in de boog, zei: 'In de naam van Allah, de Heer van de jongen', en schoot. De pijl trof de jongen in zijn slaap. Hij legde zijn hand op de wond en stierf. De mensen riepen: 'Wij geloven in de Heer van de jongen! Wij geloven in de Heer van de jongen! Wij geloven in de Heer van de jongen!' Dit werd de koning gemeld. Men zei: 'Ziet u wat u vreesde? Het heeft u getroffen: de mensen hebben geloofd.' Daarop gaf de koning bevel greppels te graven aan de stadswegen, deze te vullen met vuur en te zeggen: 'Wie niet terugkeert van zijn geloof, werp hem daarin, of laat hem springen.' Zij deden wat bevolen was, tot een vrouw met haar kind naderde. Zij aarzelde uit angst voor het vuur. Toen sprak het kind, nog een zuigeling: 'Moeder, wees standvastig, want jij bent op de Waarheid.'"
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
"Verbazingwekkend is de situatie van de gelovige, Alles wat hem overkomt is goed voor hem en dit geldt alleen voor de gelovige. Als hem iets goeds overkomt, dankt hij Allah en dat is goed voor hem. Als hem iets slechts overkomt, blijft hij geduldig en dat is ook goed voor hem".
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
"Wanneer de bewoners van het paradijs het paradijs binnengaan, zegt Allah, de Verhevene en de Glorieuze: “Willen jullie nog iets extra’s van Mij?” Zij zullen antwoorden: “Zijn onze gezichten niet wit (stralend) gemaakt? Zijn we niet het paradijs binnengetreden en zijn we niet gered van het Vuur?” Dan zal Allah het gordijn oplichten en wat zij dan ontvangen is niets dat hen dierbaarder zal zijn dan de aanschouwing van hun Heer, de Verhevene en de Glorieuze.
Authentiek Overgeleverd door Moeslim