Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

79 van 840 kaarten

Filters wissen
Een van de grootste vormen van jihad is het uitspreken van een rechtvaardig woord tegen een tirannieke heerser.
Goed door andere ketens Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
Dat de profeet (vrede zij met hem), wanneer hij na het toilet verliet zei: 'Vergeef mij O Allah."
Authentiek Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
"Zij zeiden: “O Boodschapper van Allah, wij eten maar wij raken niet verzadigd.” Hij (vrede zij met hem) vroeg: “Wellicht eten jullie ieder afzonderlijk, verspreid van elkaar?” Zij antwoordden: “Ja, dat klopt.” Daarop zei hij (vrede zij met hem): “Kom samen rond jullie maaltijd en gedenk de Naam van Allah daarover, dan zal er zegen voor jullie in besloten liggen.” "
Goed Overgeleverd door Aboe Dawoed, Ibn Maja en Ahmed
"De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vervloekte de man die zich kleedt in de kleding van een vrouw en de vrouw die zich kleedt in de kleding van een man."
Authentiek Overgeleverd door An-Nasa'i in Al-Koebra, Ibn Madjah met dezelfde betekenis, en Ahmed.
"Laat je tong altijd vochtig blijven met het gedenken van Allah".
Authentiek Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
"Wij zijn het laatste van de gemeenschappen en de eersten die rekenschap moeten afleggen." Er wordt gezegd: "Waar is de ongeletterde gemeenschap en haar Profeet?" Hierop antwoorden wij: "Wij zijn de laatsten, maar degenen die als eersten verantwoording moeten afleggen."
Authentiek Overgeleverd door Ibn Maja
De algemene laatste aanbeveling van de Profeet (vrede zij met hem) op het moment dat de dood hem naderde, was: "Het gebed en wat uw rechterhand bezit; het gebed en wat uw rechterhand bezit," waarbij de Profeet (vrede zij met hem) zo intens deze woorden herhaalde dat het hem bijna niet lukte om ze met zijn tong uit te spreken.
Authentiek رواه النسائي في السنن الكبرى وابن ماجه
"Als een persoon zonde begaat, zich vervolgens reinigt, bidt en daarna vergeving zoekt bij Allah, zal Allah hem vergeven." Hij citeerde vervolgens dit vers: "En degenen die, nadat ze een zonde hebben begaan of zichzelf onrecht hebben aangedaan, Allah gedenken en vergeving vragen voor hun zonden" (Al-Imran: 135).
Authentiek Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidi, An-Nasa'i in al-Kubra, Ibn Maja en Ahmed