Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

56 van 840 kaarten

Filters wissen
"Allah laat de onderdrukker zeker toe om door te gaan in zijn onderdrukking, maar dan grijpt Hij hem vast en laat hem niet ontsnappen." Hij reciteerde vervolgens: "En zo is de grijp van jouw Heer wanneer Hij de steden grijpt terwijl ze onrechtvaardig zijn; de greep van Hem is pijnlijk en hard." (Soera Hoed, 11:102)
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Wie in deze wereld de tekortkomingen van een ander verbergt, zal door Allah op de Dag des Oordeels worden bedekt (zal door Allah op de Dag des Oordeels met genade omhuld worden)."
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
"Geen besmetting, geen slecht voorteken, en ik koester een voorliefde voor gunstige voortekenen." Op de vraag "Wat wordt beschouwd als een gunstig voorteken?" luidde het antwoord: "Een welgekozen en positieve uitspraak."
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: "Allah, de Almachtige en Verhevene, zegt: 'Ik ben zoals Mijn dienaar over Mij denkt en Ik ben met hem wanneer hij Mij gedenkt. Als hij Mij in zichzelf gedenkt, gedenk Ik hem in Mijzelf. Als hij Mij in een gezelschap gedenkt, gedenk Ik hem in een gezelschap dat beter is dan het zijne. Als hij een handbreedte naar Mij toekomt, kom Ik een el naar hem toe. En als hij een el naar Mij toekomt, kom Ik een vadem naar hem toe. En als hij Mij tegemoet loopt, kom Ik hem haastig tegemoet".
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Terwijl wij met de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in de moskee zaten, kwam er een man aanrijden op een kameel. Hij liet zijn kameel knielen in de moskee, bond zijn voorpoot vast en zei: "Wie van jullie is Mohammed?" Op dat moment zat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) onder ons, leunend op zijn arm. Wij antwoordden: "Deze blanke man die op zijn arm leunt." De man richtte zich toen tot hem: "O zoon van 'Abdul-Muttalib!" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Ik ben hier om je te antwoorden." De man zei tegen de Profeet: "Ik wil je iets vragen en zal hard zijn in de ondervraging. Word dus niet boos." De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Vraag maar wat je wilt." De man zei: "Ik vraag je bij jouw Heer en de Heer van degenen die voor jou kwamen. Heeft Allah jou als boodschapper gezonden naar de hele mensheid?" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei verder: "Ik vraag je bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om vijf gebeden in een dag en nacht te verrichten?" Hij antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei verder: "Ik vraag jou bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om vasten te houden tijdens deze maand van het jaar?" Hij antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei: "Ik vraag jou bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om deze liefdadigheid van onze rijke mensen te nemen en te verdelen onder onze arme mensen?" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) antwoordde: "Bij Allah, ja." Daarop zei die man: "Ik heb geloof in wat je bent gezonden en ik ben een boodschapper van mijn volk". En ik ben Dimam bin Thalabah, de broer van Bani Saad bin Bakr.
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Waarlijk, Allah, de Verhevene, verbiedt jullie om bij jullie vaders te zweren." Omar zei: "Bij Allah, ik heb er nooit bij gezworen sinds ik de boodschapper van Allah (vrede zij met hem), erover heb horen spreken, terwijl hij het verbiedt en het ontraden heeft."
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Degenen die getuigen dat er geen god is dan Allah, en Hij is de Enige, geen deelgenoten heeft; en dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is, en dat Jezus Zijn dienaar en boodschapper is en Zijn woord dat Hij naar Mariam zond, en een Geest van Hem; en dat het paradijs waar is en de hel waar is; Allah zal hem het paradijs binnenvoeren op basis van zijn daden".
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Onze Heer, de Verhevene en Gezegende, daalt ( op de manier dat bij zijn perfectie past zonder er een hoedanigheid aan te geven nog te verdraaien nog te ontkennen) elke nacht af naar de laagste hemel wanneer het laatste derde deel van de nacht resteert. Hij zegt: 'Wie roept Mij aan, zodat Ik zijn smeekbede kan verhoren? Wie vraagt Mij om iets, zodat Ik het kan geven? Wie zoekt Mijn vergeving, zodat Ik hem kan vergeven?'
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim