Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

74 van 840 kaarten

Filters wissen
Oem Salama vertelde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) over een kerk die ze had gezien in het land van Habasja (Abessinië), genaamd Maria. Ze beschreef de beelden die ze daar had gezien. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) reageerde door te zeggen: "Dit zijn de mensen die, wanneer een rechtvaardige dienaar of man onder hen sterft, een plaats van aanbidding bouwen over zijn graf en afbeeldingen daarvan maken. Bij Allah, zij behoren tot de slechtste van de schepselen."
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"De Profeet (vrede zij met hem) heeft geen enkel gebed verricht nadat het volgende tot hem was geopenbaard: “Wanneer de hulp van Allah komt en de overwinning…” [Al-Nasr: 1], zonder daarin te zeggen: “Heilig bent U, onze Heer, en met Uw lof; o Allah, vergeef mij.”
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Op een nacht miste ik de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) in bed en ging ik naar hem op zoek. Mijn hand raakte de zolen van zijn voeten, terwijl hij in de moskee was met zijn voeten rechtop. Hij zei: "O Allah, ik zoek toevlucht in Uw tevredenheid tegen Uw ontevredenheid, in Uw vergeving tegen Uw straf en ik zoek toevlucht in U tegen Uzelf. Ik kan U niet genoeg prijzen, U bent zoals U Uzelf geprezen hebt."
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
"Dat de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) bij geen enkele vrijwillige aanbidding zo zorgvuldig en standvastig was, noch er zoveel ijver en toewijding voor aan de dag legde, als voor de twee aanbevolen gebedsrak‘aat vóór het ochtendgebed (fadjr)."
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) placht het gebed aan te vangen met de takbier en met de recitatie van: Al-ḥamdoe lillahi rabbil-‘alamin – ‘Alle lof behoort Allah toe, de Heer der Werelden’. Wanneer hij boog in de roekoe‘, hief hij zijn hoofd niet te hoog en liet hij het ook niet te laag zakken, maar hield het in een evenwichtige stand daartussenin. Wanneer hij zijn hoofd uit de roekoe‘ verhief, ging hij niet terstond in soejoed neer, maar bleef eerst volledig rechtop staan. En wanneer hij zijn hoofd uit de soejoed ophief, boog hij zich niet onmiddellijk opnieuw neer, maar zat eerst rechtop. In elke twee raka‘aat sprak hij de taḥiyyah. Hij spreidde zijn linkerbeen en richtte zijn rechtervoet op. Hij verbood de zogenaamde ‘zit van de satan’ en verbood dat een biddende zijn armen voor zich zou uitstrekken zoals een roofdier dat doet. En hij besloot het gebed met de tasliem.
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
"Wanneer het gebed wordt ingesteld, is er geen gebed toegestaan behalve het verplichte gebed.”
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
De profeet (vrede zij met hem) placht na elke voorgeschreven gebed te zeggen :: "La ilaha illallah, wahdahoe la sharika lah, lahoel moelkoe wa lahoel hamd, wa hoewa 'ala koelli sjayin qadir. Allahumma la mani'a lima a'taita, wa la mu'tiya lima mana'ta, wa la yanfo'e dzal-jaddi minkal-jedd." (Er is geen god dan Allah, Hij is Eén, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort het Koninkrijk en alle lof. Hij heeft macht over alle dingen. O Allah, er is niemand die kan tegenhouden wat Jij geeft, en er is niemand die kan geven wat Jij tegenhoudt. En het meest waardevolle bezit zal iemand niet baten tegenover Jou).
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Degene die knoflook of uien heeft gegeten, laat hem zich terugtrekken - of hij zei: laat hem zich terugtrekken - uit onze moskee en thuis blijven.De profeet (vrede zij met hem) kreeg eens een pot met groenten aangeboden, waaronder knoflook. Hij rook eraan en vroeg wat erin zat. Toen hij hoorde dat er knoflook in zat, zei hij: "Breng het naar enkele van mijn metgezellen die naast hem zaten." Zelf wilde hij het niet eten en zei: "Eet, want ik communiceer met degenen met wie jullie niet communiceren (namelijk de engelen)".
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim