Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

2 van 840 kaarten

Filters wissen
"Het Uur zal niet komen voordat de zon opkomt vanuit het westen, en wanneer zij opkomt en de mensen haar zien, zullen zij allen geloven. Maar dat zal de tijd zijn waarin het geloof niet meer baat voor hen die voorheen niet geloofden, of voor hen die niet iets goeds deden door hun geloof" [Soera al-An'ām: 158]. Het Uur zal zeker komen, dat twee personen, die een kleed tussen zich in spreiden, niet in staat zullen zijn hun koopje af te maken, noch zullen zij in staat zijn het op te vouwen. Het Uur zal zeker komen wanneer een man de melk van zijn kameel draagt, maar niet in staat zal zijn om ervan te drinken. Het Uur zal zeker komen wanneer iemand niet in staat zal zijn om de tank klaar te maken om zijn vee daaruit water te geven. En het Uur zal zeker komen wanneer iemand van jullie zijn voedsel naar zijn mond heeft gebracht, maar het niet kan eten."
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Toen de volgende openbaring tot de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) werd geopenbaard: (Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Of jullie nu openbaren wat in jullie zielen is of het verbergen, Allah zal jullie daarover verantwoording afleggen. Hij vergeeft aan wie Hij wil en straft wie Hij wil en Allah is over alle dingen Almachtig) (Al-Baqarah: 284), werd dit zwaar voor de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem). Zij gingen naar hem toe en vielen op hun knieën, zeggende: "O Boodschapper van Allah, wij zijn belast met daden die wij nauwelijks kunnen dragen: gebed, vasten, strijd en liefdadigheid en er is deze verzen aan jou geopenbaard terwijl wij het niet kunnen volbrengen." De Profeet (vrede zij met hem) zei: "Willen jullie zeggen zoals de volkeren van de Schrift voor jullie zeiden: ‘'Wij hebben gehoord en ongehoorzaam geweest?'' Nee, zeg in plaats daarvan: '‘Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, vergeef ons, onze Heer, en tot U is de terugkeer.'' De metgezellen zeiden daarop: "Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, vergeef ons, onze Heer, en tot U is de terugkeer." Toen zij dit reciteerden, verzachtten hun tongen door de woorden. Hierop openbaarde Allah: (De Boodschapper gelooft in hetgeen tot hem is geopenbaard van zijn Heer en de gelovigen geloven allen in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en Zijn boodschappers. Wij maken geen onderscheid tussen Zijn boodschappers. En zij zeggen: ‘'Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, vergeef ons, onze Heer en tot U is de terugkeer) (Al-Baqarah: 285). Nadat zij dit hadden gedaan, schafte Allah dit gedeeltelijk af en openbaarde Hij: (Allah belast niemand buiten zijn vermogen. Voor hem is wat hij heeft verdiend en tegen hem is wat hij heeft vergaard. Onze Heer, neem ons niet kwalijk als wij vergeten of fouten maken. Onze Heer, leg ons geen last op zoals U die legde op degenen voor ons. Onze Heer, belast ons niet met wat wij niet kunnen dragen. En vergeef ons, schenk ons genade, en wees onze Beschermer. Help ons tegen het ongelovige volk) (Al-Baqarah: 286) De Profeet (vrede zij met hem) bevestigde telkens: “Ja”
Authentiek Overgeleverd door Moeslim