Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

73 van 840 kaarten

Filters wissen
We zaten met de Profeet (vrede zij met hem) in een gezelschap, samen met Aboe Bakr en Omar en nog enkele anderen. Plots stond de Profeet (vrede zij met hem) op en ging weg uit ons midden. Toen hij langer wegbleef, maakten we ons zorgen en vreesden dat hij misschien iets overkomen was. We stonden op, en ik was de eerste die opstond. Ik ging naar buiten om de Profeet (vrede zij met hem) te zoeken, tot ik bij een ommuurde tuin kwam van de Banoe Nadjar, een groep van de Ansar. Ik liep om de tuin heen, op zoek naar een ingang, maar vond er geen. Er was echter een beek die vanuit een put de tuin instroomde. Ik wrong me door de opening en kwam zo bij de Profeet (vrede zij met hem). Toen hij mij zag, zei hij: “Aboe Hoerayra?” Ik antwoordde: “Ja, O Boodschapper van Allah.” Hij vroeg: “Wat brengt je hier?” Ik antwoordde: “U was bij ons, toen stond u op en bleef u lang weg, waardoor we ongerust werden. Ik was de eerste die ging zoeken en kwam hier bij deze tuin. Net als een vos wrong ik me naar binnen. De anderen staan ook achter me.” Toen zei hij: “O Aboe Hoerayra,” en hij gaf me zijn sandalen. “Neem deze sandalen en ga. Degene die je achter deze tuin tegenkomt en die getuigt dat er geen god is dan Allah, overtuigend met zijn hart, kondig hem het Paradijs aan.” De eerste die ik tegenkwam, was Omar. Hij vroeg: “Wat zijn dat voor sandalen, o Aboe Hoerayra?” Ik antwoordde: “Dit zijn de sandalen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Hij heeft me ermee gezonden om degenen die getuigen dat er geen god is dan Allah en er oprecht van overtuigd zijn, het Paradijs aan te kondigen.” Daarop sloeg Omar me met zijn hand op mijn borst, en ik viel achterover. Hij zei: “Ga terug, Aboe Hoerayra.” Toen keerde ik terug naar de Profeet (vrede zij met hem) en barstte in tranen uit. Omar was me gevolgd. De Profeet (vrede zij met hem) vroeg: “Wat is er, Aboe Hoerayra?” Ik antwoordde: “Ik kwam Omar tegen en vertelde hem wat u me had opgedragen, maar hij sloeg me op mijn borst en zei: ‘Ga terug.’” De Profeet (vrede zij met hem) vroeg Omar: “Waarom heb je dit gedaan?” Omar antwoordde: “O Boodschapper van Allah, met mijn vader en moeder zou ik u willen beschermen. Heeft u Aboe Hoerayra met uw sandalen gezonden om degenen die getuigen dat er geen god is dan Allah en er oprecht van overtuigd zijn, het Paradijs aan te kondigen?” De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde: “Ja.” Daarop zei Omar: “Doe dat niet, want ik vrees dat mensen erop zullen vertrouwen en het hierbij zullen laten. Laat hen werken voor hun plaats in het Paradijs.” De Profeet (vrede zij met hem) zei toen: “Laat hen werken.”
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
Ik vroeg: "O boodschapper van Allah, zeg mij iets over de islam waarnaar ik niemand anders zal vragen dan u ." Hij zei: "Zeg: 'Ik geloof in Allah, en blijf standvastig."
Authentiek Overgeleverd door Moeslim en Ahmed
"Voorwaar, Allah heeft de goede en slechte daden opgetekend en Hij heeft dit verduidelijkt. Wie de intentie heeft een goede daad te verrichten maar deze niet uitvoert, Allah schrijft die bij Hem op als een volmaakte goede daad. En wie de intentie heeft en de daad daadwerkelijk verricht, Allah schrijft die voor Hem op met tien goede daden, tot wel zevenhonderdvoud of nog vele malen meer. En wie de intentie heeft een slechte daad te verrichten maar deze niet uitvoert, Allah schrijft die voor Hem op als een volmaakte goede daad. Maar wie de intentie heeft en de daad daadwerkelijk verricht, Allah schrijft die bij Hem op als slechts één slechte daad.”
Authentiek Overgeleverd door Al-Boekhari en Moeslim in hun authentieke Hadith verzameling met deze bewoordingen
"Islam is gebouwd op vijf pijlers: De getuigenis dat er geen god is dan Allah, en dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is, het verrichten van het gebed, het geven van aalmoezen, het verrichten van de bedevaart naar het Huis (de Ka°aba in Mekka), en het vasten tijdens de maand ramadan."
Authentiek Overgeleverd door Al-Boekhari en Moeslim
De Profeet (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem rusten) zei, als onderdeel van wat hij van zijn Heer heeft overgeleverd: "Allah heeft de goede daden en de slechte opgeschreven. Daarna legde Hij uit dat: wie de intentie heeft om een goede daad te doen en het niet doet, Allah schrijft het bij Zichzelf op als een volledige goede daad; en als hij de intentie had en het vervolgens uitvoert, Allah schrijft het bij Zichzelf op als tien goede daden tot zevenhonderd keer, of vele malen meer. Maar als hij een slechte daad wil doen, en hij doet het niet, dan schrijft Allah het bij Zichzelf op als een volledige goede daad. Maar, als hij de intentie heeft om het te doen en het ook doet, dan schrijft Allah het bij Zich op als één slechte daad.
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Hij (Abu Bashir al-Ansari) was in het gezelschap van de Boodschapper van Allah, moge Allah's zegeningen en vrede met hem zijn, tijdens een van zijn reizen. Abu Bashir rapporteerde: "Op een gegeven moment stuurde de Boodschapper van Allah, moge Allah's zegeningen en vrede met hem zijn, een boodschapper uit terwijl de mensen aan het rusten waren en zei: 'Er mag geen enkele ketting van een touw of kameelhalsband aan een kameel hangen, behalve dat deze moet worden afgesneden.'"
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Er werd krijgsgevangenen tot de Profeet (vrede zij met hem) gebracht en zie: een vrouw uit de groep gevangenen was haar borst aan het uitknijpen om melk te laten vloeien, terwijl zij zoekend rondliep om een kind te drinken te geven. Zodra zij een kind tussen de gevangenen vond, greep zij het vast, drukte het stevig tegen haar buik aan en begon het te zogen. Toen sprak de Profeet (vrede zij met hem) tot ons: “Denken jullie dat deze vrouw haar kind vrijwillig in het vuur zou werpen?” Wij zeiden: “Neen, nooit, indien zij in staat is dat te verhinderen.” Toen sprak hij (vrede zij met hem): “Allah is waarlijk barmhartiger voor Zijn dienaren dan deze vrouw voor haar kind.”
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
De Boodschapper (moge Allah Zijn vrede en zegeningen op hem rusten) zei, dat Allah het volgende heeft gezegd: "O Mijn dienaren, Ik heb onrechtvaardigheid voor Mijzelf verboden gemaakt en Ik heb het onder jullie ook verboden gemaakt, dus pleeg geen onrecht. O Mijn dienaren, jullie zijn allemaal misleid, behalve degenen die Ik leid, zoek dus leiding bij Mij en Ik zal jullie leiden. O Mijn dienaren, jullie hebben allen honger behalve zij die Ik te eten geef, vraagt Mij dus om eten en Ik zal jullie voeden. O Mijn dienaren, jullie zijn allen naakt behalve zij die Ik kleed, vraag Mij dus om kleren en Ik zal jullie kleden. O Mijn dienaren, jullie begaan 's nachts en overdag zonden en Ik vergeef alle zonden, vraag Mij dus om vergeving en Ik zal jullie vergeven. O Mijn dienaren, jullie kunnen Mij geen kwaad doen en jullie kunnen Mij geen goed doen. O Mijn dienaren, als de eersten en de laatsten onder jullie en alle mensen en djinn even vroom waren als het vroomste hart van een mens onder jullie, dan zou dat niets toevoegen aan Mijn heerschappij. O Mijn dienaren, als de eersten en de laatsten onder jullie en alle mensen en djinn's allemaal even afgedwaald waren als het meest afgedwaalde hart van een mens onder jullie, dan zou dat niets afnemen van Mijn heerschappij. O Mijn dienaren, als de eersten en de laatsten onder jullie en alle mensen en djinn's allemaal op één plaats zouden staan en Mij zouden vragen en Ik iedereen zou geven wat hij vraagt, dan zou dat niet verminderen van wat Ik bezit, behalve wat er van de zee afneemt als men er een naald in dompelt. O Mijn dienaren, het zijn slechts jullie daden die Ik opteken en Ik zal jullie ervoor belonen. Dus, wie het goede vindt, moet Allah prijzen en wie iets anders vindt, moet niemand anders dan zichzelf de schuld geven."
Authentiek Overgeleverd door Moeslim