Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

3 van 840 kaarten

Filters wissen

Overleveraar

Alle overleveraars tonen (79)
أبو ذر3 معاذ بن جبل3 ‌ابن عباس2 أبو موسى2 ‌أبي هريرة2 بريدة2 عبد الله بن عمرو بن العاص2 عمران بن حصين2 أبو الدرداء1 أبو الهياج الأسدي قال1 أبو برزة الأسلمي1 أبو بشير الأنصاري1 أبو صرمة1 أبو طلحة1 أبو عبد الرحمن عبد الله بن عمر بن الخطاب1 أبو عبد الرحمن عبد الله بن مسعود1 أبو عبد الله جابر بن عبد الله الأنصاري1 أبو عمرو- وقيل1 أبو محمد عبد الله بن عمرو بن العاص1 أبو مرثد الغنوي1 أبو نجيح العرباض بن سارية1 أبو هريرة عبد الرحمن بن صخر1 أبو واقد الليثي1 أسماء بنت أبي بكر1 البراء1 البراء بن عازب1 ‌الزبير بن العوام قال1 العرباض بن سارية1 المغيرة بن شعبة1 المقداد بن الأسود1 المقداد بن عمرو الكندي1 المقدام بن معديكرب1 النبي صلى الله عليه وسلم قال1 النعمان بن بشير1 أم الدرداء و أبي الدرداء1 أم المؤمنين أم عبد الله عائشة1 أم سلمة أم المؤمنين1 ‌أنس بن مالك1 تميم الداري1 جرير بن عبد الله1 جندب1 حارثة بن وهب الخزاعي1 حذيفة1 حكيم بن حزام1 رسول الله صلى الله عليه وسلم أنه قال1 زياد بن لبيد1 زيد بن خالد الجهني1 زينب بنت جحش1 سفيان بن عبد الله الثقفي1 صفوان بن محرز قال1 طارق بن أشيم الأشجعي1 طاوس أنه قال1 طلحة بن عبيد الله1 عائشة وعبد الله بن عباس1 عبادة1 عبادة بن الصامت1 عبد الرحمن بن سمرة1 عبد الله بن الشخير1 ‌عبد الله بن عمرو بن العاص1 عبد الله بن مسعود قال1 عثمان بن أبي العاص1 عدي بن حاتم1 عقبة بن عامر الجهني1 علي1 عمر1 ‌قتادة رحمه الله قال1 محمود بن لبيد1 مطر بن عكامس1 معاوية1
Ik reed achter de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op een ezel genaamd 'Ufayr. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen over hem zijn) vroeg: "O Mu'ādh, weet jij wat het recht van Allah op Zijn dienaren is en wat het recht van Zijn dienaren op Hem is?" Ik antwoordde: "Allah en Zijn Boodschapper weten dat het beste." Hij zei: "Allah's recht op Zijn dienaren is dat zij Hem aanbidden en geen deelgenoten met Hem associëren. En het recht van de dienaren op Allah is dat Hij degene die geen deelgenoten met Hem verbindt niet straft." Ik zei: "O Boodschapper van Allah, moet ik de mensen niet op de hoogte brengen van dit goede nieuws?" Hij zei: "Breng hen er niet van op de hoogte, opdat zij er niet op gaan leunen ( zonder te handelen) "
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Hij zei: "Je hebt naar iets groots gevraagd en het is gemakkelijk voor wie Allah het gemakkelijk maakt: Dien Allah en associeer niets met Hem. Verricht het gebed, geef de zakat, vast de maand Ramadan en voer de hadj uit.” Daarna zei Hij: “Wil ik je dat ik je de poorten van het goede toon? Vasten is een schild, liefdadigheid dooft zonden zoals water het vuur dooft en het gebed van een man in het hart van de nacht…” Vervolgens reciteerde Hij: (Hun zijden wijken af van de bedden) … (tot: ze verrichten hun daden). Toen zei Hij: ‘'Zal ik je het hoofd van de zaken en de hoogste verhevenheid van deze zaak vertellen?’' Ik zei: “Ja, O Boodschapper van Allah.” Hij zei: “Het hoofd van de zaak is de Islam, de pijler ervan is het gebed en de top van zijn verhevenheid is jihad.” Daarna zei Hij: “Wil ik je dat ik de sleutel tot dit alles onthul?” Ik zei: “Ja, O Boodschapper van Allah.” Hij nam zijn tong en zei: “Houd dit voor je.” Ik zei: “O Profeet van Allah! Wij worden immers verantwoordelijk gehouden voor wat wij uitspreken.” Hij zei: “Moge je moeder rouwen! Wie werpt mensen op hun gezichten (of op hun neuzen) behalve de vruchten van hun eigen tong?”
Authentiek Overgeleverd door At-Tirmidhi
Ik was met de profeet (vrede zij met hem) op reis, en op een dag was ik dicht bij hem terwijl we liepen. Ik zei: 'O Boodschapper van Allah, vertel mij over een daad die mij het paradijs zal doen binnengaan en mij ver zal houden van het Vuur.' Hij zei: 'Voorwaar, je hebt mij iets groots gevraagd en het is gemakkelijk voor degene voor wie Allah het vergemakkelijkt: aanbid Allah en associeer niets met Hem, onderhoud het gebed, geef de zakaat, vast tijdens de maand Ramadan en verricht de Hadj naar het Huis. Vervolgens zei hij: 'Zal ik je leiden naar de poorten van het goede? Vasten is een schild en liefdadigheid dooft zonden uit zoals water het vuur dooft en het gebed van een persoon in het holst van de nacht. Hij reciteerde vervolgens (uit de Koran): {Zij zijden zich af van hun bedden} totdat hij {ze handelen} bereikte. Toen zei hij: 'Zal ik je vertellen over het hoofd van de zaak als geheel, zijn pilaar en zijn hoogste top?' Ik zei: 'Ja, O boodschapper van Allah.' Hij zei: 'Het hoofd van de zaak is de Islam, zijn pilaar is het gebed en zijn hoogste top is de Jihad.' Vervolgens zei hij: 'Zal ik je vertellen over de heerser over dit alles?' Ik zei: 'Ja, O profeet van Allah.' Hij greep zijn tong vast en zei: 'Houd dit in toom.' Ik zei: 'O boodschapper van Allah, zullen wij echt gestraft worden vanwege wat wij zeggen?' Hij zei: 'Moge je moeder je rouwen, O Moad! Worden mensen in het vuur geworpen, op hun gezichten of op hun neuzen, alleen vanwege wat hun tongen hebben geoogst.
Authentiek volgens de de geconsolideerde overleveringen. Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed