Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

18 van 840 kaarten

Filters wissen
Een aantal mensen onder de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem) zeiden tegen hem: 'O Boodschapper van Allah, de mensen met rijkdommen hebben alle beloningen vergaard. Zij verrichten gebeden zoals wij bidden, vasten zoals wij vasten, maar geven extra aan liefdadigheid door hun overvloed aan middelen.’ Hierop antwoordde hij: 'Heeft Allah jullie niet iets gegeven om zelf liefdadigheid te verrichten? Elke tasbih (glorificatie van Allah) is een liefdadigheid, elke takbir (verheffing van Allah) is een liefdadigheid, elke tahmid (dankzegging aan Allah) is een liefdadigheid, elke tahlil (verkondiging van Allah Zijn eenheid) is een liefdadigheid. Het aansporen tot het goede is een liefdadigheid, het ontmoedigen van het kwade is een liefdadigheid en zelfs in het intieme van eenieder van jullie is er liefdadigheid.' Zij vroegen: 'O Boodschapper van Allah, als iemand van ons zijn begeerte bevredigt, krijgt hij daar dan werkelijk beloning voor?' Hij antwoordde: 'Denk eens na: als hij het op een verboden manier zou doen, zou dat hem dan geen zonde opleveren? Op dezelfde manier krijgt hij, als hij het op een toegestane manier doet, er beloning voor.'"
Authentiek Overgeleverd door Moeslim
Terwijl wij met de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in de moskee zaten, kwam er een man aanrijden op een kameel. Hij liet zijn kameel knielen in de moskee, bond zijn voorpoot vast en zei: "Wie van jullie is Mohammed?" Op dat moment zat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) onder ons, leunend op zijn arm. Wij antwoordden: "Deze blanke man die op zijn arm leunt." De man richtte zich toen tot hem: "O zoon van 'Abdul-Muttalib!" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Ik ben hier om je te antwoorden." De man zei tegen de Profeet: "Ik wil je iets vragen en zal hard zijn in de ondervraging. Word dus niet boos." De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Vraag maar wat je wilt." De man zei: "Ik vraag je bij jouw Heer en de Heer van degenen die voor jou kwamen. Heeft Allah jou als boodschapper gezonden naar de hele mensheid?" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei verder: "Ik vraag je bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om vijf gebeden in een dag en nacht te verrichten?" Hij antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei verder: "Ik vraag jou bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om vasten te houden tijdens deze maand van het jaar?" Hij antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei: "Ik vraag jou bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om deze liefdadigheid van onze rijke mensen te nemen en te verdelen onder onze arme mensen?" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) antwoordde: "Bij Allah, ja." Daarop zei die man: "Ik heb geloof in wat je bent gezonden en ik ben een boodschapper van mijn volk". En ik ben Dimam bin Thalabah, de broer van Bani Saad bin Bakr.
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim