Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

7 van 840 kaarten

Filters wissen
"Richt jullie rijen gelijk, want het gelijk maken van de rijen behoort tot de voltooiing van het gebed".
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Tijdens het verblijf van de Profeet (vrede zij met hem) in de moskee, bevonden wij ons eens tezamen met hem, toen er een bedoeïen de moskee binnenkwam. Zonder aarzeling begon hij in de moskee zijn behoefte te doen en urineerde aldaar. De metgezellen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) spraken hem scherp toe en riepen: "Stop! Stop daarmee!" Daarop zei de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem): "Laat hem begaan, hinder hem niet." Zij lieten de man met rust tot hij zijn behoefte had voltooid. Toen riep de Profeet (vrede zij met hem) de man tot zich en sprak tot hem: "Voorwaar, deze gebedshuizen zijn niet bestemd voor dergelijke onreinheden of vuilheid. Zij zijn louter gewijd aan de herinnering aan Allah, de Almachtige, aan het gebed en aan het reciteren van de Koran." Of woorden van gelijke strekking zoals overgeleverd van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Daarna beval de Profeet (vrede zij met hem) een van de aanwezigen om een emmer water te halen en hij goot het water over de plaats waar de man had geürineerd."
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Op een vrijdag trad een man de moskee binnen via de poort die uitkwam bij Dar Al Qada (het huis van Omar Ibn Alkhataab), terwijl de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) stond te preken. De man richtte zich staande tot de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en zei: “O Boodschapper van Allah, de bezittingen zijn vergaan en de wegen zijn afgesneden; bid tot Allah dat Hij ons regen schenkt.” Daarop hief de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zijn handen en zei: “O Allah, laat ons regen toekomen! O Allah, laat ons regen toekomen! O Allah, laat ons regen toekomen!” Anas (mag Allah tevreden zijn met hem) zei: “Bij Allah, er was in de hemel geen spoor van wolken, geen enkel vlaagje en er bevond zich tussen ons en de berg Sal‘ geen enkel huis of gebouw. Toen verscheen er plotseling van achter hem een wolk die de vorm had van een schild. Zodra zij het midden van de hemel had bereikt, spreidde zij zich uit en het begon te regenen. Bij Allah, zes dagen lang zagen wij de zon niet meer.” Daarna trad, opnieuw op een vrijdag, een man door diezelfde poort binnen, terwijl de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) stond te preken. De man richtte zich staande tot hem en zei: “O Boodschapper van Allah, de bezittingen zijn vergaan en de wegen zijn afgesneden; bid tot Allah dat Hij de regen van ons wegneemt.” Toen hief de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zijn handen en zei: “O Allah, laat de regen rondom ons neerdalen en niet op ons. O Allah, op de heuvelruggen en berghellingen, in de beddingen van de valleien en op de plaatsen waar bomen wortelen.” Toen klaarde de lucht op en wij gingen naar buiten en wandelden in de zon. Shariek zei: “Ik vroeg Anas ibn Malik: Was dit dezelfde man als de eerste?” Hij antwoordde: “Ik weet het niet.”
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
Wie een gebed vergeet, dient het onmiddellijk te verrichten zodra hij het zich herinnert; er bestaat geen andere verzoening hiervoor : 'En onderhoud het gebed ter Mijner herinnering' [Soerat Taha: 14].
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim
"Wat is er met sommige mensen die hun blik naar de hemel richten tijdens hun gebed?" Hij verharde zijn woorden hierover, totdat hij zei: "Ze moeten hiermee stoppen, anders zullen hun blikken weggevaagd worden."
Authentiek Overgeleverd door Al-Boekhari
"Wie ons gebed verricht, zich richt naar onze gebedsrichting (de Qibla) en eet van onze geslachte dieren, die behoort tot de gemeenschap van de moslims. Voor hem geldt de bescherming van Allah en de bescherming van Zijn Boodschapper. Schend daarom niet de verbondsbescherming van Allah."
Authentiek Overgeleverd door Al-Boekhari
Terwijl wij met de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in de moskee zaten, kwam er een man aanrijden op een kameel. Hij liet zijn kameel knielen in de moskee, bond zijn voorpoot vast en zei: "Wie van jullie is Mohammed?" Op dat moment zat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) onder ons, leunend op zijn arm. Wij antwoordden: "Deze blanke man die op zijn arm leunt." De man richtte zich toen tot hem: "O zoon van 'Abdul-Muttalib!" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Ik ben hier om je te antwoorden." De man zei tegen de Profeet: "Ik wil je iets vragen en zal hard zijn in de ondervraging. Word dus niet boos." De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) zei: "Vraag maar wat je wilt." De man zei: "Ik vraag je bij jouw Heer en de Heer van degenen die voor jou kwamen. Heeft Allah jou als boodschapper gezonden naar de hele mensheid?" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei verder: "Ik vraag je bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om vijf gebeden in een dag en nacht te verrichten?" Hij antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei verder: "Ik vraag jou bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om vasten te houden tijdens deze maand van het jaar?" Hij antwoordde: "Bij Allah, ja." De man zei: "Ik vraag jou bij Allah. Heeft Allah jou bevolen om deze liefdadigheid van onze rijke mensen te nemen en te verdelen onder onze arme mensen?" De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) antwoordde: "Bij Allah, ja." Daarop zei die man: "Ik heb geloof in wat je bent gezonden en ik ben een boodschapper van mijn volk". En ik ben Dimam bin Thalabah, de broer van Bani Saad bin Bakr.
Authentiek Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim