Skip to content
840 Hadiths

Encyclopedie van de profetische hadiths

Resultaten filteren

7 van 840 kaarten

Filters wissen
Ik ging naar de profeet (vrede zij met hem) met de intentie om mij tot de Islam te bekeren, en hij gebood mij mijzelf te wassen met water en sidr (een soort lotus).
Authentiek Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidi en An-Nasa'i
"Als het water twee qullah (hoeveelheden) bedraagt, dan draagt het geen onreinheden."
Authentiek Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, An-Nasa'i, Ibn Madjah en Ahmed.
Dat de profeet (vrede zij met hem), wanneer hij na het toilet verliet zei: 'Vergeef mij O Allah."
Authentiek Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) reciteerde de Koran voor ons in elke toestand, zolang hij zich niet in een staat van onreinheid (janabah) bevond.
Goed Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, An-Nasa'i, Ibn Madjah en Ahmed.
"Ik was de afgevaardigde van de stam Banou al-Muntafiq — of een van de delegatieleden van de Banou al-Muntafiq — naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Toen wij aankwamen bij de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), troffen wij hem niet in zijn woning aan, maar wij ontmoetten Aisha, de Moeder der Gelovigen — moge Allah tevreden over haar zijn. Zij gaf opdracht dat er voor ons een gerecht van vlees en meel werd bereid (chazira), dat vervolgens voor ons werd klaargemaakt. Daarna werd er voor ons een schaal met dadels gebracht. Toen arriveerde de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en hij vroeg: “Is jullie iets aangeboden? Is er iets voor jullie klaargemaakt?” Wij antwoordden: “Ja, O Boodschapper van Allah.” Terwijl wij bij de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zaten, dreef de herder de kudde schapen naar hun rustplaats, en bij hem bevond zich een pasgeboren geitje dat mekkerde. De Profeet vroeg hem: “Wat heeft zij gebaard, o dienaar?” De herder antwoordde: “Een vrouwtjeslam.” De Profeet (vrede zij met hem) zei toen: “Slacht in haar plaats een volwassen schaap voor ons.” Vervolgens voegde hij eraan toe: “Denk niet en hij zei niet: Gij zult niet denken dat wij dit speciaal voor jullie hebben geslacht. Wij bezitten honderd schapen, en wij wensen dat dit aantal niet toeneemt. Iedere keer dat er een lam wordt geboren, slachten wij ter vervanging daarvan een volwassen schaap.” Ik zei: “O Boodschapper van Allah, ik heb een vrouw, maar in haar spreken schuilt grofheid.” Hij zei: “Scheid dan van haar.” Ik antwoordde: “O Boodschapper van Allah, zij is reeds lange tijd mijn gezellin en ik heb kinderen bij haar.” Hij (vrede zij met hem) zei: “Vermaan haar, en als er iets goeds in haar schuilt, zal zij zich laten vermanen. En sla uw vrouw niet zoals u uw slaaf zou slaan.” Daarop zei ik: “O Boodschapper van Allah, leer mij de wassing voor het gebed.” De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde:“Volmaak de wassing volledig, reinig de ruimte tussen de vingers zorgvuldig, en wees grondig bij het inhalen van water in de neus, behalve wanneer je vast, opdat het water niet in de keel terechtkomt.”
Authentiek Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, An-Nasa'i en Ibn Madjah.
Ik ben bij Safwan ibn ‘Assal Al-Moeradi gekomen om hem te vragen over het wrijven over de voeten bij het dragen van de al-khoeffayn. Hij vroeg: ‘'Wat brengt jou hier, O Zirr?’ Ik zei: ‘'Het zoeken naar kennis.'’ Hij zei: ‘'De engelen spreiden hun vleugels over de zoeker van kennis, uit tevredenheid over hetgeen hij zoekt.’' Ik zei: ‘'Het wrijven over de schoenen na ontlasting en urineren is bij mij in het hart blijven hangen en ik was iemand van de metgezellen van de Profeet (vrede zij met hem), daarom ben ik gekomen om jou te vragen: heb je hem hierover iets horen zeggen?’ Hij zei: ‘'Ja. Hij beval ons, wanneer wij op reis waren of onderweg, onze schoenen drie dagen en nachten niet uit te trekken, behalve bij grote onreinheid; maar wel na ontlasting, urineren of slapen.’' Ik vroeg: '‘Heb je hem iets horen zeggen over het winden?'’ Hij zei: ‘'Ja. Wij waren met de Profeet (vrede zij met hem) op reis, toen een bedoeïne luid naar hem riep: “O Mohammed!” De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde op een vergelijkbare toon: “Hier zijn zij.” Wij zeiden tegen hem: “Wees voorzichtig met je stem, want je bent bij de Profeet (vrede zij met hem) en je bent gewaarschuwd tegen dit.” Hij zei: “Bij Allah, ik zal mijn stem niet verlagen.” De bedoeïne zei: “Een mens houdt van zijn volk en wil zich bij hen voegen.” Toen zei de Profeet (vrede zij met hem): “De mens zal zijn bij degene van wie hij houdt op de Dag des Oordeels.” Hij bleef ons verder vertellen totdat hij een reisroute van de westelijke kant van het land noemde, een afstand die een rijdier in veertig of zeventig jaar aflegt.’'
Authentiek Overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maja en Ahmed
Een man vroeg aan de boodschapper van Allah (vrede zij met hem): "O boodschapper van Allah, wij reizen over de zee en nemen slechts een beperkte hoeveelheid water mee. Als wij ons met dit water willen reinigen, raken wij uitgedroogd. Moeten wij ons dan reinigen met zeewater?" De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) antwoordde: "Het water van de zee is rein en de dode zeedieren zijn toegestaan om te consumeren".
Authentiek Overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi, An-Nasa'i, Ibn Madjah en Ahmed.